Nederlands 
 

Commerciële misbruiken


Het verzenden van reclame per elektronische post: de opt-in regeling



Sinds de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij (1) is het verboden om nog elektronische post voor reclame te gebruiken zonder de voorafgaande, vrije, specifieke en geïnformeerde toestemming van de geadresseerde van de boodschappen (opt-in systeem).

Dit kadert in de strijd tegen spamming, waarbij ongevraagd en ongewenst e-mails (reclames) worden verstuurd naar een grote groep van personen. Dergelijke boodschappen moeten tevens leesbaar, goed zichtbaar en ondubbelzinnig de vermelding "reclame" dragen. Hoe deze voorafgaande toestemming moet worden gegeven is niet verder bepaald door de wet. De afzender (dienstverlener) moet echter het bewijs leveren dat reclame via elektronische post werd gevraagd.

Met elektronische post wordt bedoeld het tekst-, spraak-, geluids- of beeldbericht dat over een openbaar communicatienetwerk wordt verzonden en in het netwerk of in de eindapparatuur van de ontvanger kan worden opgeslagen tot het door de afnemer wordt opgehaald. Elektronische post omvat dus naast e-mail ook SMS, MMS,...

Indien reclame per elektronische post wordt verstuurd, moet de afzender tevens duidelijk informatie verschaffen over het recht van de geadresseerde om zich in de toekomst te verzetten tegen het ontvangen van reclame (zie verder). De afzender moet hiervoor een geschikt middel ter beschikking stellen om dit recht langs elektronische weg uit te oefenen. Het is tevens verboden bij het versturen van reclame via elektronische post om het elektronisch adres of de identiteit van een derde te gebruiken en om informatie te vervalsen of te verbergen die het mogelijk maakt de oorsprong van de boodschap van de elektronische post of de weg waarlangs hij werd overgebracht te herkennen.

Er bestaan echter uitzonderingen op het opt-in systeem. Een recent uitvoeringsbesluit (2) vermeldt de gevallen waarin geen voorafgaande toestemming moet worden gevraagd om reclame per elektronische post te sturen en stelt tevens vast hoe de wil van de geadresseerde om geen reclame per elektronische post te ontvangen kan worden geëerbiedigd. Dit besluit is eind mei in werking getreden. Het betreft de verdere uitvoering van de Europese richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie. (3)

Het K.B. voorziet in twee uitzonderingen op het verbod van het verzenden van reclame per elektronische post zonder de voorafgaande toestemming van de bestemmeling:

1. Er moet geen toestemming worden gevraagd indien de reclame door de dienstverlener wordt verstuurd naar zijn klanten. Er moet in dit geval wel aan 3 cumulatieve voorwaarden worden voldaan:

  • De dienstverlener heeft het e-mailadres rechtstreeks van zijn klanten verkregen in het kader van een verkoop van een product of een dienst mits naleving van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Er bestaat dus een contractuele band tussen de dienstverlener en de bestemmeling.
  • De dienstverlener gebruikt het e-mailadres uitsluitend om reclame te maken voor gelijkaardige producten of diensten die hij zelf levert. Het is dus niet toegestaan om de gegevens van zijn klanten te laten gebruiken door derden zonder voorafgaande toestemming van de klant. Het verslag aan de Koning geeft geen uitsluitsel van wat onder gelijkaardige producten of diensten moet worden verstaan. Zo is het niet duidelijk of een bank ongevraagd reclame over verzekeringen per e-mail naar een persoon mag versturen die bij deze bank een rekening heeft.
  • De dienstverlener geeft aan de klanten, op het ogenblik dat hij hun e-mailadres vraagt, de mogelijkheid om zich kosteloos en op een eenvoudige wijze te verzetten tegen het gebruik ervan.

2. Er moet geen toestemming worden gevraagd indien de reclame door de dienstverlener wordt verstuurd naar rechtspersonen als de elektronische contactgegevens die hij met dat doel gebruikt onpersoonlijk zijn. Zo mag ongevraagde reclame per elektronische post worden verstuurd naar de onpersoonlijke adressen van een rechtspersoon (bijv. info@...). Het versturen van ongevraagde reclame naar het (persoonlijk) mailadres van het personeel (bijv. naam@bedrijf.be) is verboden, ongeacht of dit adres voor professionele of private doeleinden wordt gebruikt.

Alle mogelijk betrokkenen (ook klanten en rechtspersonen) moeten rechtstreeks, zonder kosten en zonder motivering aan een bepaalde dienstverlener kunnen melden dat zij van hem geen reclame per elektronische post meer wensen te ontvangen. De dienstverlener is verplicht:

  • Binnen een redelijke termijn per elektronische post een ontvangstbewijs te versturen, dat bevestigt dat met het verzoek rekening wordt gehouden.
  • Binnen een redelijke termijn maatregelen te nemen om het verzoek na te leven.
  • Lijsten bij te werken met personen die kenbaar hebben gemaakt van hem geen elektronische post meer te willen ontvangen.

Natuurlijk veronderstelt het versturen van reclame per elektronische post dat de persoonsgegevens werden verkregen en worden gebruikt in overeenstemming met de algemene principes der bescherming van de persoonlijke levenssfeer. (4)

Zo heeft de betrokken persoon steeds het recht om informatie te vragen bij de afzender omtrent de gegevens die deze laatste over hem bijhoudt, hoe hij deze heeft bekomen en waarvoor hij de persoonsgegevens gebruikt. De betrokken persoon kan steeds vragen dat onjuiste gegevens worden rechtgezet. Daarnaast heeft de betrokken persoon ook een recht op verzet. Hij heeft het recht om zich, zonder kosten en zonder dat hij dit moet verantwoorden, te verzetten tegen het feit dat zijn persoonlijke gegevens (bijvoorbeeld e-mailadres) worden (of nog verder zouden worden) gebruikt voor directe marketingdoeleinden. Iedereen die klachten heeft omtrent de opname van zijn persoonsgegevens in een bestand, die geen toegang krijgt tot dit bestand of aan wie het recht op verzet wordt geweigerd, kan zich wenden tot de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. (5)

1. B.S. van 17.03.2003.
2. Koninklijk besluit van 4 april tot reglementering van het verzenden van reclame per elektronische post, B.S. van 28.05.2003.
3. Richtlijn 2002/58/EG van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector van de elektronische communicatie, Publicatieblad, nr. L201/37 van 31.07.2002.
4. Wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer inzake de verwerking van persoonsgegevens.
5. http://www.privacy.fgov.be

Laatste actualisering van deze pagina : 30 augustus 2003
 
  Saferinternet.be is een samenwerkingsverband tussen Child Focus en het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties. Het project en deze site promoten het veilig gebruik van internet en de nieuwe online technologieën, in de eerste plaats voor ouders en leerkrachten. Met behulp van de verstrekte informatie en tools kunnen zij kinderen en jongeren beter begeleiden naar een verantwoord gebruik van deze technologieën. Binnen het project zijn er ook initiatieven die rechtstreeks tot de jongeren gericht zijn, zoals de website web4me.be. Het Belgische luik van dit Europese project wordt ondersteund door de de Europese Commissie, DG Information Society en wordt opgevolgd door een comité van experts.

CoBeNo P R O J E C T

Child Focus
Houba-de Strooperlaan 292 - 1020 Brussel
Tel + 32 2 475 44 11, fax + 32 2 475 44 03

OIVO
Paapsemlaan 20 - 1070 Brussel
Tel +32 2 547 06 11, fax + 32 2 547 06 01

Privacy | Aansprakelijkheid | Copyright | Realisatie | Webmaster | Français | Member of Insafelogo insafe