Jongeren en de nieuwe technologieën
Tussen 2003 en 2006 is het aantal Belgische jongeren dat een gsm heeft met 16% gestegen. Meer dan 8 op de 10 jongeren hebben vandaag de dag een mobieltje. Het OIVO heeft hun gedragingen wat betreft het gebruik van gsm en internet geëvalueerd om de evolutie én de risico's te meten. Het internet wordt steeds meer en meer geraadpleegd, vandaar de nood aan een betere bescherming van jongeren ten opzichte van indringende en manipulatieve commerciële praktijken. Evolutie van het gsm-gebruikHet bezit van een gsm stijgt vanaf 13-jarige leeftijd. 86% van de jonge franstaligen en 79% van de jonge nederlandstaligen hebber er één. Jongeren van éénoudergezinnen beschikken het meest over een gsm (93%). Over het algemeen wordt de gsm door de ouders gekocht die het zien als een "nuttig" cadeau. Desalniettemin blijft de gsm een teken van sociale erkenning. Gsm's werken over het algemeen met een herlaadkaart, die door de ouders wordt betaald. Slechts 1 jongere op 3 tast in eigen zak oom dit aspect te bekostigen. Het gebruik van een abonnement stijgt sinds 2003, vooral bij de oudsten. In vergelijking met 2003 blijft het sturen van sms'jes het populairst. Steeds meer jongeren gebruiken de gsm echter ook om te bellen: 1 jongere op 4 in 2003, in vergelijking met meer dan 8 op 10 in 2006. De frequentie van het gebruik stijgt met de leeftijd. Internet: gebruik en evolutieIn 2003 bezochten jongeren al regelmatig het internet en dat is sindsdien ook gestegen. Bovendien beginnen jongeren steeds vroeger te surfen. De verschillen tussen de regio's, die in 2003 aan de oppervlakte kwamen, zijn weggedeemsterd. De jonge Franstaligen hebben met andere woorden hun achterstand ingehaald. Nu gebruiken 9 jongeren op 10 het internet tegenover 7 op 10 in 2003. Met de leeftijd stijgt de frequentie van het gebruik. Vanaf 11-jarige leeftijd surfen jongeren op regelmatige basis en vanaf 15-jarige leeftijd zelfs meerdere keren per dag. Vooral Vlaamse jongens uit het algemeen onderwijs die in een stad wonen zijn de vlijtigste gebruikers! Aangezien de invasie van computers in de gezinnen sinds 2003 aanzienlijk groeide, stellen we vast dat jongeren de dag van vandaag vooral thuis internetten. Maar ook het gebruik van internet op school is gestegen. Over het algemeen kunnen we stellen dat als de ouders beslist hebben een internetaansluiting in huis te halen, de jongere daarbij een belangrijke voorschrijversrol had. Internet: interactief en manipulatief mediumGezien de ontwikkeling van het wereldwijde web, deinzen heel wat merken er niet voor terug om via het internet jongeren en zelfs kinderen, de meest kwetsbare groep, te bereiken. Programma's met conditionerend effect inzake publiciteit zoals Media Smart worden zonder controle van het maatschappelijk middenveld en de verbruikersorganisaties online geplaatst. Het interactieve karakter van het internet wijzigt de verhouding ten opzichte van het merk. Commerciële technieken als virale of tribale marketing en buzz marketing, "leren" de jongere dat het merk zijn vriend is. Vervolgens zal het merk bewijzen dat het aan zijn of haar wensen tegemoet komt. Via informatiebronnen die dicht bij de jongeren staan - blogs, e-mails, forums, chat - gebruikt de "participatieve publiciteit" codes die door die jongeren hoog in het vaandel dragen, zoals humor. Dat verklaart ook het succes ervan. Merken vragen zelfs aan jongeren om hun "raadgever" te worden. Of het nu gaat om hun adviezen over producten of eventuele verbeteringen van de website, het ultieme doel blijft uiteraard de jongere exclusief aan hun merk te binden. AanbevelingenWat de gsm betreft, roept het feit dat hij al bij de allerjongsten aanwezig is, vragen op. Is dat wel nuttig? Minderjarigen moeten trouwens beter beschermd worden tegen de praktijken van de aanbieders van gsm-diensten. Er bestaat al een gedragscode tussen de operatoren, maar die wordt niet gerespecteerd door de buitenlandse operatoren. Ze moet dan ook herizen worden om beter aan de huidige noden tegemoet te komen. Wat de gevaren van het internet betreft, de wetgeving is wat dat betreft ontoereikend. De digitale kloof is dan wel verkleind, maar de overheid moet toegang tot internet in openbare en educatieve plaatsen blijven aanmoedigen; Ook de ontwikkeling van niet-commerciële websites, die populair zijn bij jongeren, moet vergemakkelijkt worden. Commerciële praktijken op het internet moeten nauwgezet in het oog worden gehouden om consumentenbedrog te vermijden. De bescherming van minderjarigen moet beter gewaarborgd worden en de privacy beter gerespecteerd. Tot slot moeten er maatregelen worden getroffen om verslaving aan spelletjes te voorkomen. MethodologieDeze studie is gebaseerd op 2200 interviews afgenomen van jongeren tussen 9 en 18 jaar in België in februari 2006. De foutenmarge op de steekproef bedraagt 2%. Volledige studie Laatste actualisering van deze pagina : 1 februari 2007
|