|
Pedagogische fiches
Wat kan je eraan doen als leerkracht?
(1) Zoals je hierboven al kon lezen, gaan klassiek pesten en cyberpesten vaak hand in hand. Het pesten op school vindt blijkbaar zijn weg naar de nieuwe technologieën die het hele gebeuren verderzetten buiten de schooluren. Daarom is het zeer belangrijk dat de aanpak van het cyberpesten kadert in een globaal pestbeleid van de school. Zowel met leerlingen als met ouders moet er een open communicatie zijn rond deze problematiek. De aanpak van (cyber)pesten dient te gebeuren op basis van een vijfsporenbeleid met acties ten opzichte van slachtoffer, daders, omstaanders, ouders en scholen. Cyberpesten voorkomenOp schoolniveau
- Integreer de thematiek van cyberpesten in het pestbeleid van de school.
- Werk aan welbevinden. Kinderen die zich goed in hun vel voelen, hebben minder neiging om te pesten.
- Sensibiliseer leerkrachten over het fenomeen cyberpesten. Veel leerkrachten denken dat zij er niets aan kunnen doen, aangezien het buiten de schooluren gebeurt.
- Sensibiliseer ook ouders. Organiseer vorming over cyberpesten en vraag hen eventuele problemen snel te melden. Wijs hen er ook op dat zij verantwoordelijk bijven voor wat hun kinderen doen op het web en spoor hen dan ook aan om hun kinderen hier goed in op te volgen.
- Laat ouders en leerlingen weten dat cyberpesten binnen de school niet geduld wordt en stimuleer hen om incidenten te melden.
- Werk met heel het schoolteam een aanpak uit rond de nieuwe ICT-eindtermen.
- Zorg dat het schoolnetwerk zo goed mogelijk beveiligd is. Laat leerlingen niet zonder toezicht in het informaticalokaal.
- Maak afspraken over gsm- en computergebruik tijdens de schooluren.
- Bekijk goed welke foto’s je op de schoolwebsite plaatst. In principe moeten ouders hun expliciete toestemming geven voor een afbeelding van hun kind waarop hun kind duidelijk op herkenbaar is.
Op klasniveau
- Creeër een positief klasklimaat zodat ouders en leerlingen in een sfeer van vertrouwen problemen kunnen melden.
- Toon interesse in wat je leerlingen doen op de computer. Ga op een positieve manier het gesprek aan rond internet, misschien kan je zelf veel leren van je leerlingen.
- Discussieer met de leerlingen over wat kan en wat niet kan op het internet en met de gsm. Vanuit dit gesprek kan met de klas een charter met afspraken over nettiquette opgesteld worden.
- Leer de leerlingen dat ze verantwoordelijk zijn voor hun daden. Reflecteer met hen over wat de gevolgen kunnen zijn van hetgeen ze doen. Hoe zouden zij reageren in verschillende situaties? Help hen ook om de consequenties voor de slachtoffers te begrijpen.
- Vertel hen wat wettelijk gezien strafbaar is. Haatmail of –smsjes, zich voordoen als iemand anders, iemands foto’s versturen zonder diens toestemming, inbreken in computers, racistische uitspraken doen, paswoorden verspreiden,... zijn bij wet verboden en kunnen dus gevolgen hebben voor de dader of zijn ouders.
Wat kan je specifiek doen bij cyberpesten?Op schoolniveau
- Heb aandacht voor hoe leerlingen en leerkrachten met elkaar omgaan en neem dit sociaal functioneren mee in evaluaties en klasbesprekingen.
- Zorg voor een laagdrempelig meldpunt waar leerlingen en ouders terecht kunnen om pestproblemen te melden.
- Zorg dat er genoeg expertise in huis is. Iemand die met kennis van zake de aanpak coördineert en die voldoende vertrouwen uitstraalt naar ouders en leerlingen toe.
- Betrek pester en slachtoffers actief bij het antipestbeleid. Laat hen tonen hoe cyberpesten in zijn werk kan gaan, zij zijn ervaringsdeskundigen.
Op klasniveau / de individuele leerling
Deze aanpak kan u ook aan de ouders aanraden. Ten opzichte van het slachtoffer - Wees attent op signaalgedrag bij uw leerlingen.
- Neem het slachtoffer serieus maar stel hem wel gerust. Vaak moeten de beledigingen of bedreigingen niet persoonlijk genomen worden en het is zeker en vast niet zijn of haar schuld.
- Beloof geen snelle oplossing. Cyberpesten is vaak heel complex.
- Zeg de gepeste leerling om niet te reageren op haatmailtjes of –berichten. Vaak is de lol er voor de pester dan snel af.
- Ongewenste mails of sms’jes kunnen geblokkeerd worden. Eventueel kan het slachtoffer een andere nickname kiezen of een nieuw e-mailadres aanmaken. Hierbij kan het eventueel werken met twee adressen. Eentje dat gebruikt wordt voor goede vrienden (die dan ook beloven dit aan niemand anders door te geven) en eentje voor de ruimere kennisenkring en de inschrijving op sites of msn.
- Als het kind gepest wordt in publieke chatrooms, kan je de moderator aanspreken. Hij zal de persoon dan eventueel blokkeren. Hetzelfde geldt voor de providers van websites of weblogs.
- Als het pesten echter aanhoudt en in ernstige gevallen, kan de lokale of federale politie ingeschakeld worden. Hiervoor is echter ‘bewijsmateriaal’ nodig. Leer kinderen dan ook hoe ze een msn-conversatie kunnen opslaan of printscreens kunnen maken van ongewenste chatsessies of foto’s. Houdt ook de datum en het uur bij. Ook zich voordoen als iemand anders, iemands foto’s versturen zonder diens toestemming, inbreken in computers, racistische uitspraken doen, paswoorden verspreiden,... zijn bij wet verboden en dus strafbaar.
- Verwittig de ouders als je denkt dat ze niet op de hoogte zijn.
Ten opzichte van de dader en “omstaanders” - Maak duidelijk dat jij dat pestgedrag niet accepteert.
- Praat met het kind en vraag hem waarom hij dit doet. Vaak wordt het pestgedrag als plagerij of kattenkwaad bestempeld en beseft men niet dat men het slachtoffer wel degelijk schade berokkent of dingen doet die soms zelfs strafbaar zijn.
- Straf niet meteen, maar wijs de dader wel op zijn verantwoordelijkheden en probeer hem bewust te maken van de gevolgen van zijn daden. Stel vragen als “Hoe zou jij reageren als jou dat zou overkomen?” of “Zou je die dingen ook durven zeggen als die persoon in kwestie ook echt voor je zou staan?”.
- Zet daders aan om onmiddelijk te stoppen met het pestgedrag.
- Verwittig de ouders als je denkt dat ze niet op de hoogte zijn.
Ook al lijkt het soms een verleidelijke of voor de hand liggende oplossing, het heeft geen zin om de nieuwe media te diaboliseren of te verbannen. Hoewel er hier en daar iets fout loopt, blijft het internet een fantastisch medium dat de leefwereld van onze kinderen en jongeren vooral verrijkt. Mail, chat, gsm of MSN zijn belangrijke instrumenten geworden om sociale netwerken uit te bouwen en te onderhouden. Deze niet meer kunnen gebruiken staat voor kinderen en jongeren gelijk aan absolute isolatie, wat zo ongeveer het ergste is wat jou op die leeftijd kan overkomen. Ophouden met chatten, webcammen of mailen is voor hen dan ook absoluut geen optie. Pesten is bovendien geen nieuw fenomeen, het evolueert enkel mee met de mogelijkheden die kinderen en jongeren kennen, waardoor cyberpesten vorm krijgt. Maar als we dit integreren in een breder pestbeleid op school en tegelijkertijd onze kinderen en jongeren opvoeden omtrent veilig en gepast internetgebruik komen we al een heel eind verder... (1)Deze tips zijn gebaseerd op onze eigen ervaringen en verschillende andere bronnen die je kan terugvinden in de fiche 'voor wie meer wil weten' . Laatste actualisering van deze pagina : 6 september 2007
|
|